Словарь
11 слов · страница 1 из 1
bijkomenB1
приходить в себя
Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.
fotograferenB1
фотографировать
Zij fotografeert graag oude gebouwen.
genietenB1
наслаждаться
Ik geniet van het rustige weekend.
hardlopenB1
бегать, бег
's Ochtends ga ik hardlopen in het park.
kamperenB1
жить в палатке
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
ontspannenB1
расслабляться
In het weekend probeer ik te ontspannen.
trainenB1
тренироваться
Wij trainen twee keer per week.
uitgaanB1
ходить развлекаться
Vroeger gingen we elk weekend uit.
uitrustenB1
отдыхать
Na die drukke week moet ik even uitrusten.
verzamelenB1
коллекционировать, собирать
Hij verzamelt oude postzegels.
zwemmenB1
плавать
Ik ga twee keer per week zwemmen.

