Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5 слов · страница 1 из 1

  • uitgaanB1

    ходить развлекаться

    Vroeger gingen we elk weekend uit.

  • uitgaanslevenB1

    ночная жизнь

    Het uitgaansleven in de stad is levendig.

  • uitjeB1

    выезд, вылазка

    We doen jaarlijks een uitje met het team.

  • uitnodigingB1

    приглашение

    Bedankt voor de uitnodiging!

  • uitrustenB1

    отдыхать

    Na die drukke week moet ik even uitrusten.