Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

79 слов · страница 3 из 4

  • peperA1

    перец

    Doe er wat peper op.

  • pindakaasA1

    арахисовая паста

    Pindakaas is populair in Nederland.

  • pizzaA1

    пицца

    Vanavond bestellen we pizza.

  • preiA1

    лук-порей

    Doe wat prei in de soep.

  • rijstA1

    рис

    We eten vanavond rijst met groente.

  • roomA1

    сливки

    Wil je room bij de koffie?

  • saladeA1

    салат

    Bij het vlees eten we salade.

  • sapA1

    сок

    Een glas sap, alstublieft.

  • sausA1

    соус

    Wil je saus bij de patat?

  • sinaasappelA1

    апельсин

    Ik pers elke ochtend een sinaasappel.

  • slaA1

    салат (листовой)

    Er ligt sla in de koelkast.

  • snoepA1

    конфеты, сладости

    Kinderen eten te veel snoep.

  • soepA1

    суп

    De soep is nog te heet.

  • spinazieA1

    шпинат

    Spinazie zit vol ijzer.

  • stroopwafelA1

    стропвафля

    Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.

  • suikervrijA1

    без сахара

    Deze thee is suikervrij.

  • taartA1

    торт

    Op mijn verjaardag maak ik een taart.

  • theeA1

    чай

    Ik drink liever thee dan koffie.

  • tomaatA1

    помидор

    Doe een tomaat in de salade.

  • uiA1

    лук

    Van een ui moet ik huilen.

  • visA1

    рыба

    Op vrijdag eten we vaak vis.

  • vlaA1

    ванильный десерт

    Als toetje eten we vla.

  • vleesA1

    мясо

    Zij eet geen vlees.

  • vorkA1

    вилка

    Er ligt geen vork op tafel.

  • warmA1

    тёплый, горячий

    De soep is nog warm.