Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

6 слов · страница 1 из 1

  • olieA2

    масло (растительное)

    Bak het in een beetje olie.

  • olijfA1

    олива, маслина

    Wil je olijven bij de borrel?

  • ontbijtA2

    завтрак

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • ontbijtenA2

    завтракать

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • opwarmenA2

    разогревать

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • ovenschaalA2

    форма для запекания

    Doe alles in een ovenschaal.