Словарь
5 слов · страница 1 из 1
lekkerA2
вкусный, приятный
Deze soep is heel lekker.
lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
limonadeA1
лимонад
De kinderen krijgen limonade.
literA2
литр
We hebben een liter melk nodig.
lunchA1
обед
De lunch is om half een.

