Словарь
7 слов · страница 1 из 1
banaanA1
банан
Wil je een banaan?
bloemkoolA1
цветная капуста
Vanavond eten we bloemkool.
boonA1
фасоль, боб
Er staan bonen op het menu.
bordA1
тарелка
Zet de borden op tafel.
boterA1
масло
Doe wat boter op je brood.
boterhamA1
бутерброд
Ik neem twee boterhammen mee.
broodA1
хлеб
Ik eet elke ochtend brood.

