Словарь
201 слов · страница 6 из 9
opgewektheidB2
жизнерадостность
Haar opgewektheid werkt aanstekelijk.
opluchtingB2
облегчение
Tot mijn opluchting was alles in orde.
opluchtingsgevoelB2
чувство облегчения
Na de uitslag overheerste een opluchtingsgevoel.
oprechtB2
искренний
Zijn excuses klonken oprecht.
opvliegendB2
вспыльчивый
Hij heeft een opvliegend karakter.
opwindingB2
волнение, возбуждение
Er heerste grote opwinding voor de wedstrijd.
prikkelbaarheidB2
раздражительность
Slaaptekort vergroot de prikkelbaarheid.
relatieB2
отношения
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
respectB2
уважение
Met respect kom je verder dan met macht.
rouwprocesB2
процесс горевания
Elk rouwproces verloopt anders.
rusteloosheidB2
беспокойство
Na de operatie voelde hij een vreemde rusteloosheid.
ruzieB2
ссора
Ze hebben ruzie over geld.
saamhorigheidB2
сплочённость
Na de ramp groeide de saamhorigheid in het dorp.
sarcasmeB2
сарказм
Het sarcasme droop van zijn opmerking af.
schaamteB2
стыд
Hij voelde schaamte over zijn fout.
schaterlachB2
хохот
Er ging een schaterlach door de zaal.
schrikB2
испуг
Van de schrik liet zij het glas vallen.
schroomB2
стеснение, робость
Zij sprak zonder schroom over haar fouten.
schuldbewustB2
виноватый (о виде)
Hij keek schuldbewust naar de grond.
schuldgevoelB2
чувство вины
Hij had een schuldgevoel over zijn beslissing.
somberA2
унылый, подавленный
In november voel ik me vaak somber.
somberheidB2
мрачность, подавленность
De somberheid verdween met het voorjaar.
spanningB2
напряжение
Er hing spanning in de kamer.
spijtB2
сожаление
Ik heb spijt van die opmerking.
spijtgevoelB2
чувство сожаления
Achteraf hield hij een spijtgevoel over.

