Словарь
334 слов · страница 2 из 14
beklemmingB2
гнетущее чувство
Het verhaal riep een gevoel van beklemming op.
belevenB2
переживать
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bemoedigendB2
обнадёживающий
De eerste resultaten zijn bemoedigend.
benijdenB2
завидовать
Ik benijd haar rust niet weinig.
beogenB2
иметь целью
De wet beoogt meer duidelijkheid.
berouwB2
раскаяние
Hij toonde oprecht berouw.
berustenB2
смиряться
Uiteindelijk berustte hij in de situatie.
berustingB2
смирение
Hij sprak met een zekere berusting over de uitslag.
bescheidenB2
скромный
Ondanks zijn succes bleef hij bescheiden.
bescheidenheidB2
скромность
Bescheidenheid siert haar.
besluiteloosheidB2
нерешительность
Zijn besluiteloosheid kostte het team tijd.
betekenisvolB2
значимый
Het was een betekenisvol gesprek.
betreurenB2
сожалеть
Wij betreuren deze beslissing.
betrokkenheidB2
вовлечённость
De betrokkenheid van bewoners was groot.
bewonderenB2
восхищаться
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
bewonderingB2
восхищение
Ik heb veel bewondering voor haar doorzettingsvermogen.
bezorgdB2
обеспокоенный
Ik ben bezorgd over zijn gezondheid.
bezorgdheidB2
обеспокоенность
Er is bezorgdheid over de gevolgen.
blijA2
радостный
Ik ben blij met het resultaat.
blijmoedigB2
бодрый, жизнерадостный
Zij bleef blijmoedig onder alle tegenslag.
blikB2
взгляд
Aan zijn blik zag ik dat hij loog.
blozenB2
краснеть
Zij bloosde bij het compliment.
boeiendB2
увлекательный
Het was een boeiende lezing.
boosA2
сердитый
Hij was boos op zijn collega.
brutaliteitB2
дерзость
Die opmerking was pure brutaliteit.

