Словарь
4 слов · страница 1 из 1
ontroerenB2
трогать, растрогать
Het verhaal ontroerde de hele zaal.
opbeurenB2
подбодрить
Een kaartje kan iemand echt opbeuren.
opgevenB2
сдаваться
Na drie pogingen gaf hij het op.
opluchtenB2
приносить облегчение
De uitslag luchtte hem enorm op.

