Словарь
7 слов · страница 1 из 1
belevenB2
переживать
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
benijdenB2
завидовать
Ik benijd haar rust niet weinig.
beogenB2
иметь целью
De wet beoogt meer duidelijkheid.
berustenB2
смиряться
Uiteindelijk berustte hij in de situatie.
betreurenB2
сожалеть
Wij betreuren deze beslissing.
bewonderenB2
восхищаться
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
blozenB2
краснеть
Zij bloosde bij het compliment.

