Словарь
9 слов · страница 1 из 1
begrijpenB1
понимать
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
deelnemenB1
участвовать
Iedereen kan aan de cursus deelnemen.
inschrijvenB1
записаться, зарегистрироваться
Je kunt je online inschrijven voor de cursus.
motiverenB1
мотивировать
De docent weet studenten goed te motiveren.
oefenenB1
тренироваться
Je moet elke dag oefenen.
slagenB1
сдать (экзамен)
Zij is voor het examen geslaagd.
studerenB1
учиться, заниматься
Ik studeer elke avond twee uur.
verwerkenB1
усваивать, обрабатывать
Je moet de stof eerst goed verwerken.
zakkenB1
провалить (экзамен)
Hij is helaas gezakt voor het examen.

