Словарь
134 слов · страница 3 из 6
leerdoelB1
учебная цель
Wat is het leerdoel van deze les?
leerlijnB1
образовательная траектория
De leerlijn loopt van A1 tot B2.
leerlingB1
ученик
In deze klas zitten 25 leerlingen.
leerlingbegeleidingB1
сопровождение учащихся
De school investeert in leerlingbegeleiding.
leermomentB1
момент обучения
Elke fout is een leermoment.
leerplichtB1
обязательное школьное образование
In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.
leerprocesB1
процесс обучения
Fouten maken hoort bij het leerproces.
leerstijlB1
стиль обучения
Iedereen heeft een andere leerstijl.
leerstofB1
учебный материал
De leerstof van dit blok is pittig.
leertempoA2
темп обучения
Iedereen heeft zijn eigen leertempo.
leesopdrachtB1
задание на чтение
Bij elke leesopdracht horen vijf vragen.
leestekstB1
текст для чтения
Elke leestekst heeft vier vragen.
leesvaardigheidB1
навык чтения
Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.
leraarA2
учитель
De leraar legt het nog een keer uit.
lesmateriaalA2
учебные материалы
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
lesmethodeB1
методика преподавания
Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.
lesroosterA2
расписание занятий
Het lesrooster hangt bij de ingang.
lesuitvalB1
отмена занятий
Door ziekte was er veel lesuitval.
lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.
lesvoorbereidingB1
подготовка к уроку
De lesvoorbereiding kost de docent veel tijd.
luistervaardigheidB1
навык аудирования
Voor luistervaardigheid oefen ik met podcasts.
medestudentA2
однокурсник
Ik oefen samen met een medestudent.
motiverenB1
мотивировать
De docent weet studenten goed te motiveren.
niveauB1
уровень
Op welk niveau zit je nu?
oefenenB1
тренироваться
Je moet elke dag oefenen.

