Словарь
394 слов · страница 15 из 16
toetsvormB1
форма контроля
Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?
toetsvraagB1
вопрос теста
Elke toetsvraag telt even zwaar.
toetsweekB1
неделя контрольных
Volgende maand is de toetsweek.
trendB2
тенденция
De trend is al tien jaar dezelfde.
uitgangB2
окончание
De uitgang '-en' hoort bij het meervoud.
uitleentermijnB2
срок выдачи книги
De uitleentermijn is drie weken.
uitspraakA2
произношение
Je uitspraak is al veel beter.
uitspraakcoachB2
тренер по произношению
Een uitspraakcoach hoort meteen wat er misgaat.
uitspraakoefeningB2
упражнение на произношение
Begin elke les met een uitspraakoefening.
universiteitB1
университет
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
vakB1
предмет
Wiskunde is mijn favoriete vak.
vakbekwaamheidB2
профессиональная компетентность
Vakbekwaamheid moet je regelmatig aantonen.
vakdidactiekB2
методика преподавания предмета
Vakdidactiek is een belangrijk onderdeel van de lerarenopleiding.
vakdiplomaB2
профессиональный диплом
Voor dit beroep is een vakdiploma verplicht.
vakdocentB2
учитель-предметник
De vakdocent geeft alleen scheikunde.
vakgebiedB2
область знаний
Binnen haar vakgebied is zij een autoriteit.
vakkennisB2
профессиональные знания
Voor deze functie is diepgaande vakkennis nodig.
vakkenpakketB2
набор предметов
Je vakkenpakket bepaalt je vervolgopleiding.
vakliteratuurB2
профессиональная литература
In de vakliteratuur is hier veel over geschreven.
vakonderdeelB1
раздел предмета
Elk vakonderdeel wordt apart getoetst.
vakspecialismeB2
узкая специализация
Zijn vakspecialisme is arbeidsrecht.
vakspecialistB2
профильный специалист
Voor dit onderdeel is een vakspecialist nodig.
vaktijdschriftB2
профильный журнал
Het artikel stond in een vaktijdschrift.
verantwoordingB2
обоснование, отчёт
In de verantwoording legt de auteur zijn keuzes uit.
verkleinwoordB2
уменьшительная форма
Een verkleinwoord krijgt altijd 'het'.

