Словарь
394 слов · страница 14 из 16
studiezaalB2
учебный зал
De studiezaal zit vol in tentamenweek.
surveillantB2
наблюдающий на экзамене
De surveillant deelt de opgaven uit.
taalachterstandB2
отставание в языке
Een taalachterstand haal je met extra les vaak in.
taalcoachB2
языковой наставник
Een vrijwillige taalcoach oefent wekelijks met haar.
taalcursusB1
языковой курс
Ik volg een taalcursus in het buurthuis.
taalexamenB1
языковой экзамен
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
taalfoutB1
языковая ошибка
In je brief staan een paar taalfouten.
taallesA2
урок языка
Ik heb twee keer per week taalles.
taalniveauB1
уровень языка
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
taalportfolioB1
языковое портфолио
In je taalportfolio verzamel je je resultaten.
taalstageB2
языковая стажировка
Tijdens de taalstage werk je mee op een afdeling.
taaltoetsA2
языковой тест
Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.
taalvaardigheidB1
владение языком
Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.
tempoB1
темп
Het tempo van de cursus ligt hoog.
tentamenB2
зачёт, экзамен в вузе
Het tentamen is over drie weken.
theorieB2
теория
In theorie klopt het, in de praktijk niet.
theorievormingB2
формирование теории
Deze studie draagt bij aan de theorievorming.
tienminutengesprekB2
десятиминутная беседа с учителем
In het tienminutengesprek bespreek je het rapport.
toelatingseisB2
требование для поступления
Een van de toelatingseisen is taalniveau B2.
toenameB2
увеличение
Er is een toename van het aantal aanmeldingen.
toetsB1
контрольная
Morgen hebben we een toets.
toetsafnameB2
проведение теста
De toetsafname gebeurt op de computer.
toetsenbordB2
клавиатура
Het Nederlandse toetsenbord wijkt iets af.
toetsingB2
оценивание, проверка
De toetsing gebeurt aan het eind van elk blok.
toetsresultaatB1
результат теста
Het toetsresultaat viel me mee.

