Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

166 слов · страница 3 из 7

  • goedenavondA1

    добрый вечер

    Goedenavond, komt u binnen.

  • goedendagA1

    добрый день

    Goedendag, waarmee kan ik u helpen?

  • grijsA1

    серый

    De lucht is vandaag grijs.

  • grootA1

    большой

    Zij wonen in een groot huis.

  • handdoekA1

    полотенце

    De handdoek hangt in de badkamer.

  • helftA1

    половина (часть)

    De helft van de klas was ziek.

  • hoekA1

    угол

    De bakker zit om de hoek.

  • hoelangA1

    как долго

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • hoeveelA1

    сколько

    Hoeveel kost dit?

  • horlogeA1

    наручные часы

    Mijn horloge loopt achter.

  • huisA1

    дом

    Ik woon in een klein huis.

  • hulpA2

    помощь

    Bedankt voor je hulp.

  • ideeA2

    идея

    Dat is een goed idee.

  • iedereA1

    каждый

    Iedere maandag heb ik les.

  • informatieA2

    информация

    Meer informatie vind je op de website.

  • jasA1

    куртка

    Doe je jas aan, het is koud.

  • jurkA1

    платье

    Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.

  • kaarsA1

    свеча

    Op tafel brandt een kaars.

  • kaartA1

    открытка; карта

    Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.

  • kamA1

    расчёска

    Mag ik je kam even lenen?

  • kansA1

    шанс, возможность

    Dit is een mooie kans voor jou.

  • kerkA1

    церковь

    De kerk staat op het plein.

  • kindA1

    ребёнок

    Het kind speelt in de tuin.

  • klerenA1

    одежда

    Ik koop nieuwe kleren.

  • kleurA1

    цвет

    Welke kleur vind je mooi?