Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

166 слов · страница 2 из 7

  • dichtA1

    закрытый

    Op zondag zijn de winkels dicht.

  • dikA1

    толстый

    Trek een dikke jas aan.

  • dingA1

    вещь

    Wat is dat voor een ding?

  • doekA1

    тряпка

    Veeg de tafel af met een doek.

  • doelA2

    цель

    Wat is het doel van deze cursus?

  • doosA1

    коробка

    De boeken zitten in een doos.

  • dorpA1

    деревня

    Zij komt uit een klein dorp.

  • droogA1

    сухой

    De was is nog niet droog.

  • dunA1

    тонкий

    Snijd het brood dun.

  • echtA1

    настоящий, действительно

    Is dat echt waar?

  • emmerA1

    ведро

    Vul de emmer met water.

  • envelopA1

    конверт

    Doe de brief in een envelop.

  • feestA1

    праздник, вечеринка

    Zaterdag is er een feest.

  • filmA1

    фильм

    We kijken vanavond een film.

  • fotoA1

    фотография

    Dit is een foto van mijn familie.

  • foutA1

    ошибка; неверный

    Ik heb een fout gemaakt.

  • gebruikA2

    использование

    Het gebruik van de app is gratis.

  • gelukA1

    удача, счастье

    Veel geluk met je nieuwe baan!

  • gemiddeldA2

    в среднем

    Ik werk gemiddeld dertig uur per week.

  • gereedschapA1

    инструменты

    Het gereedschap ligt in de schuur.

  • getalA1

    число

    Schrijf het getal in cijfers.

  • gevolgA2

    последствие

    Dat heeft grote gevolgen voor ons.

  • gewoonteA2

    привычка

    Vroeg opstaan is een goede gewoonte.

  • goedA1

    хороший

    Het gaat goed met mij.

  • goedemorgenA1

    доброе утро

    Goedemorgen, komt u binnen.