Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

473 слов · страница 16 из 19

  • tussenA1

    между

    De winkel zit tussen de bank en het café.

  • twaalfA1

    двенадцать

    We eten om twaalf uur.

  • tweeA1

    два

    Ik heb twee kinderen.

  • tweedeA1

    второй

    Neem de tweede straat rechts.

  • twintigA1

    двадцать

    Het kost twintig euro.

  • typischA2

    типичный

    Dat is typisch Nederlands.

  • uitA1

    из

    Ik kom uit Oekraïne.

  • uitkomenA2

    подходить (о времени)

    Komt dinsdag jou goed uit?

  • uitzoekenA2

    выяснять

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • vallenA1

    падать

    Pas op, je valt bijna.

  • vanA1

    от, чей-то

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • veelA1

    много

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veertigA1

    сорок

    Hier mag je veertig rijden.

  • verA1

    далеко

    Is het nog ver?

  • veranderenA2

    менять(ся)

    Er is veel veranderd dit jaar.

  • veranderingA2

    изменение

    Dat is een grote verandering voor ons.

  • verbeterenA2

    улучшать(ся)

    Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.

  • verbiedenA2

    запрещать

    Roken is in het gebouw verboden.

  • vergelijkbaarA2

    сопоставимый

    De prijzen zijn vergelijkbaar.

  • vergetenA2

    забывать

    Ik ben mijn telefoon vergeten.

  • verkopenA1

    продавать

    Ze verkopen hier verse groente.

  • vermijdenA2

    избегать

    Probeer de spits te vermijden.

  • verplaatsenA2

    переносить

    Kunnen we de afspraak verplaatsen?

  • verschilA2

    разница

    Wat is het verschil tussen deze twee?

  • verschillendA2

    различный

    We hebben verschillende opties bekeken.