Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

40 слов · страница 1 из 2

  • vallenA1

    падать

    Pas op, je valt bijna.

  • vanA1

    от, чей-то

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • veelA1

    много

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veertigA1

    сорок

    Hier mag je veertig rijden.

  • verA1

    далеко

    Is het nog ver?

  • veranderenA2

    менять(ся)

    Er is veel veranderd dit jaar.

  • veranderingA2

    изменение

    Dat is een grote verandering voor ons.

  • verbeterenA2

    улучшать(ся)

    Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.

  • verbiedenA2

    запрещать

    Roken is in het gebouw verboden.

  • vergelijkbaarA2

    сопоставимый

    De prijzen zijn vergelijkbaar.

  • vergetenA2

    забывать

    Ik ben mijn telefoon vergeten.

  • verkopenA1

    продавать

    Ze verkopen hier verse groente.

  • vermijdenA2

    избегать

    Probeer de spits te vermijden.

  • verplaatsenA2

    переносить

    Kunnen we de afspraak verplaatsen?

  • verschilA2

    разница

    Wat is het verschil tussen deze twee?

  • verschillendA2

    различный

    We hebben verschillende opties bekeken.

  • versturenA2

    отправлять

    Verstuur het formulier voor vrijdag.

  • vertellenA1

    рассказывать

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • verwachtenA2

    ожидать

    We verwachten hem om zes uur.

  • verwachtingA2

    ожидание

    De verwachting is dat het morgen regent.

  • vierA1

    четыре

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    четвёртый

    Dit is mijn vierde les.

  • vierkantA1

    квадратный

    Het plein is bijna vierkant.

  • vijfA1

    пять

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    пятый

    Neem de vijfde straat links.