Словарь
15 слов · страница 1 из 1
paarA1
пара, несколько
Ik blijf nog een paar dagen.
paarsA1
фиолетовый
De bloemen in de tuin zijn paars.
pakjeA1
посылка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
брать, хватать
Pak even een glas voor me.
papierA1
бумага
Schrijf het op een blaadje papier.
parapluA1
зонт
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
извините
Pardon, mag ik er even langs?
parkA1
парк
We wandelen graag in het park.
penA1
ручка
Heb je een pen voor me?
plaatsA1
место
Is deze plaats vrij?
pleinA1
площадь
Op het plein is elke week markt.
poetsenA1
чистить
Poets je tanden twee keer per dag.
portemonneeA1
кошелёк
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
postzegelA1
марка
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
pratenA1
разговаривать
We praten straks verder.

