Словарь
20 слов · страница 1 из 1
paarA1
пара, несколько
Ik blijf nog een paar dagen.
paarsA1
фиолетовый
De bloemen in de tuin zijn paars.
pakjeA1
посылка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
брать, хватать
Pak even een glas voor me.
papierA1
бумага
Schrijf het op een blaadje papier.
parapluA1
зонт
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
извините
Pardon, mag ik er even langs?
parkA1
парк
We wandelen graag in het park.
penA1
ручка
Heb je een pen voor me?
plaatsA1
место
Is deze plaats vrij?
planA2
план
Wat is het plan voor morgen?
pleinA1
площадь
Op het plein is elke week markt.
plotselingA2
внезапно
Plotseling begon het te regenen.
poetsenA1
чистить
Poets je tanden twee keer per dag.
portemonneeA1
кошелёк
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
postzegelA1
марка
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
pratenA1
разговаривать
We praten straks verder.
preciesA2
точно, именно
Wat bedoel je precies?
printenA2
распечатывать
Kun je dit formulier even printen?
probleemA2
проблема
We hebben een klein probleem.

