Словарь
15 слов · страница 1 из 1
kaarsA1
свеча
Op tafel brandt een kaars.
kaartA1
открытка; карта
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
kamA1
расчёска
Mag ik je kam even lenen?
kansA1
шанс, возможность
Dit is een mooie kans voor jou.
kennenA1
знать (кого-то)
Ken je die man?
kerkA1
церковь
De kerk staat op het plein.
kindA1
ребёнок
Het kind speelt in de tuin.
kleinA1
маленький
Mijn kamer is klein maar gezellig.
klerenA1
одежда
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
цвет
Welke kleur vind je mooi?
komenA1
приходить
Kom je vanavond ook?
kopenA1
покупать
Ik koop brood bij de bakker.
krantA1
газета
Mijn vader leest elke dag de krant.
krijgenA1
получать
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1
мочь, уметь
Kun je mij helpen?

