Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

30 слов · страница 1 из 2

  • batterijA1

    батарейка

    De batterij is leeg.

  • bedankenA2

    благодарить

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • beginnenA2

    начинать(ся)

    De les begint om negen uur.

  • belangrijkA1

    важный

    Dit is een belangrijke brief.

  • bepalenA2

    определять

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereikenA2

    достигать; связаться

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • beschikbaarA2

    доступный, имеющийся

    Er is nog één plaats beschikbaar.

  • besluitenA2

    решать

    We hebben besloten te verhuizen.

  • bestaanA2

    существовать

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • betekenenA2

    означать

    Wat betekent dit woord?

  • bewarenA2

    хранить

    Bewaar deze brief goed.

  • bezemA1

    метла

    Pak even de bezem.

  • bezetA1

    занятый

    Deze plaats is bezet.

  • bezigA2

    занят

    Ik ben nu even bezig.

  • bezoekenA2

    посещать

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • bijA1

    у, около

    Ik ben bij de dokter.

  • bijnaA2

    почти

    Ik ben bijna klaar.

  • bijvoorbeeldA2

    например

    Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.

  • binnenA1

    внутри; в течение

    Kom binnen, het is koud buiten.

  • blauwA1

    синий

    De lucht is vandaag blauw.

  • blijvenA2

    оставаться

    Blijf je vanavond eten?

  • boekA1

    книга

    Ik lees elke avond een boek.

  • bovenA1

    наверху, над

    De slaapkamers zijn boven.

  • bovendienA2

    кроме того

    Het is duur en bovendien ver weg.

  • breedA1

    широкий

    Dit is een brede straat.