Словарь
407 слов · страница 13 из 17
stellingnameB2
занятая позиция
Zijn stellingname verraste veel collega's.
stemvolumeB2
громкость голоса
Pas je stemvolume aan de zaal aan.
sterkteB2
держись, крепись
Sterkte met alles wat je doormaakt.
stevigB2
прочный, крепкий
Het is een stevige tafel.
stijlfiguurB2
стилистическая фигура
Een metafoor is een bekende stijlfiguur.
strekkingB2
суть, смысл
De strekking van zijn betoog was duidelijk.
stugB2
жёсткий, негнущийся
De stof is nogal stug.
subtielB2
тонкий, едва уловимый
Het verschil is subtiel maar belangrijk.
synoniemB2
синоним
Zoek een synoniem voor dit woord.
taalbeheersingB2
владение языком
Zijn taalbeheersing is bijna moedertaalniveau.
taalgebruikB2
речевое употребление, стиль речи
Het taalgebruik in de brief is te informeel.
taalgevoelB1
языковое чутьё
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
taalnuanceB2
языковой нюанс
Taalnuances zijn lastig voor gevorderden.
taalregisterB2
языковой регистр
Kies het juiste taalregister voor je publiek.
taaltipB1
языковой совет
De docent gaf een handige taaltip.
taalvariatieB2
языковая вариативность
Taalvariatie tussen regio's is normaal.
tamelijkB2
довольно
Het antwoord was tamelijk vaag.
tegenargumentB2
контраргумент
Op dat tegenargument had hij geen antwoord.
tegensprekenB2
противоречить
Die cijfers spreken elkaar tegen.
tegenstellingB2
противоположность, противоречие
Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.
tegenwerpingB2
возражение
Hij had op elke tegenwerping een antwoord.
tekstopbouwB2
построение текста
Let op de tekstopbouw van je betoog.
tekstsoortB2
тип текста
Elke tekstsoort heeft eigen conventies.
telefonischB2
по телефону
U krijgt telefonisch bericht.
telefoonafspraakB1
договорённость о звонке
We maken een telefoonafspraak voor donderdag.

