Словарь
4 слов · страница 1 из 1
onderhandelenB1
вести переговоры
We onderhandelen nog over de prijs.
ontvangerB1
получатель
De ontvanger van de brief was verhuisd.
opmerkingB1
замечание
Heeft iemand nog een opmerking?
overleggenB1
советоваться
Ik moet eerst met mijn collega overleggen.

