Словарь
4 слов · страница 1 из 1
indrukB1
впечатление
Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.
informerenB1
информировать; наводить справки
Wij informeren u zodra er nieuws is.
inleidingB1
введение
Begin je brief met een korte inleiding.
instemmenB1
соглашаться
De meerderheid stemde met het voorstel in.

