Словарь
24 слов · страница 1 из 1
daar ben ik het mee eensB2
я с этим согласен
Daar ben ik het helemaal mee eens.
daar ben ik het niet mee eensB2
я с этим не согласен
Daar ben ik het niet mee eens, en wel hierom.
daarentegenB2
напротив, зато
Hij werkt langzaam; zij daarentegen is heel snel.
dat is waarB2
это правда
Dat is waar, daar had ik niet aan gedacht.
dat kloptB2
это верно
Dat klopt, ik heb het zelf gezien.
dat valt te bezienB2
это ещё вопрос
Of dat werkt, dat valt te bezien.
debatB2
дебаты
Het debat werd live uitgezonden.
derhalveB2
следовательно
De termijn is verstreken; het verzoek wordt derhalve afgewezen.
desondanksB2
несмотря на это
Hij was ziek en kwam desondanks werken.
dialectB2
диалект
In Limburg wordt nog veel dialect gesproken.
dialoogB1
диалог
Oefen de dialoog met een medecursist.
directB1
прямой, прямолинейный
Nederlanders zijn vaak heel direct.
discussieB2
дискуссия
De discussie liep hoog op.
discussieleiderB2
ведущий дискуссии
De discussieleider gaf iedereen het woord.
doe de groetenB2
передавай привет
Doe de groeten aan je vrouw.
doordatB2
из-за того что
Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.
doorgevenB1
передавать
Kun je dat aan je collega doorgeven?
doorschakelenB2
переключать (звонок)
Ik schakel u door naar mijn collega.
doorverbindenB1
соединять (по телефону)
Ik verbind u door met de juiste afdeling.
doorvragenB2
задавать уточняющие вопросы
Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.
dreigenB2
угрожать
Hij dreigde met een rechtszaak.
dringendB1
срочный
Dit is een dringend bericht.
dubbelzinnigB2
двусмысленный
Zijn antwoord was bewust dubbelzinnig.
duidelijkB1
понятный, ясный
Is het nu duidelijk?

